Gedachten en woorden, zogenaamde imprentingen, kunnen ziek maken. Er is niemand die daar werkelijk aan twijfelt. Hoe ver kan dat gaan? Ik spreek een jongen. Hersentumor. En vraag onverwachts naar de eerste keer dat het in hem opgekomen is om zoiets te gaan ontwikkelen.

Dit gesprek doet zich voor in een therapeutische setting. Dan mogen dit soort vragen. De jongen is tevens onder medische behandeling. Het antwoord komt spontaan:”zo ‘n voorlichtingsfilm waarin fondsen worden geworven voor kanker”. Onderzoekers doen hun best om na te gaan of computerspelletjes, bepaalde televisieprogramma ’s, etc., mogelijk wel of niet een invloed hebben op van alles en nog wat. En zo ja in welke mate. Alles is van invloed. Ook zonder onderzoek.

Het is zeer onverstandig om ook maar iets uit te sluiten. Dat met woorden het omgekeerde van vroegere imprentingen kan worden bereikt, is algemeen bekend. Dat heet therapie. Het gebeurt ook wel eens spontaan. Bijvoorbeeld in een goed gesprek. Deze mogelijkheid doelbewust ook bij kanker toepassen, is misschien niet meer dan het gezonde verstand gebruiken.