De gebruiker van taal begeeft zich bewust of onbewust in de warboel van subjectief gerealiseerde objecten. Objecten van taal, feitelijk zijn het objecten van gedachte flitsen en/of reeksen die via taal tot constructie zijn gebracht. Dit geldt voor een wetenschappelijke theorie en/of waarneming. Dit geldt voor het gebouw dat jij je huis noemt. Hoogst onwerkelijk.

De liefhebber van werkelijkheid laat de taal achter. Werkelijkheid kan niet volkomen worden weergegeven in woord. En toch is werkelijkheid wel degelijk aanwezig. Het is immers een internationaal erkend woord?

De liefhebber van taal en werkelijkheid schrijft en leest soms. Het schrijven zelf is niet volkomen werkelijk. Dit geldt ook voor het lezen. Tijdens het lezen is er geen energie, nauwelijks ruimte, in feite dus volkomen afwezigheid van de werkelijkheid. Gelukkig dat er niet steeds gelezen, geschreven, gesproken, geluisterd, of gedacht hoeft te worden. Niemand leeft graag in de hel.