Stel je bent binnen. Binnen je lichaam. Binnen je gedachten. Binnen je bloed. Binnen de kleinste delen van het bloed. Binnen al je eerdere en toekomstige gedachten. Binnen alle, kleine en grote bestanddelen van je emotionele huishouding. Binnen. Wie je werkelijk bent.

Stel dat het een eenvoudig feit is dat je volledig binnen bent. Stel dat je ooit een beetje in de war bent geraakt doordat jij je wat al te eenzijdig identificeerde, vereenzelvigde, met delen van jezelf. Bijvoorbeeld met je gedachten. Of met bepaalde idee├źn, overtuigingen, meningen, gevoelens, emoties en opvattingen over wie je werkelijk bent. Omdat dat vanaf jouw kindertijd tegen je is gezegd. Omdat je dat hebt overgenomen. Of omdat jij je er juist wat tegen hebt afgezet.

Stel dat er werkelijkheid en niet werkelijkheid bestaat. En dat werkelijkheid bestendig is. Door en in alles. Stel dat je daarin de vrije keuze hebt. Waar kies je dan voor?