Als kind (wie is dat niet) heb ik nog wel eens moeite met het begrip respect. Vooral met respect voor mensen die schijnbaar heel degelijk en voorkomend doen. Mensen van wie ook de niet uitgeproken gedachten en al die vreselijk onderdrukte gevoelens kenbaar zijn. Voor het kind.

Voor het kind in ons, is alles kenbaar. Wij kunnen helemaal niets verbergen voor het kind (in ons). Het kind is heel groot. Het kind ziet, hoort en voelt alles. Elke geur en smaak die niet honderd procent jofel is, wordt door het kind ervaren.

Het kind in mij verenigt de wijze en de clown. Het kind in mij is groot liefhebber van spelen. Hoe lichamelijker, hoe liever. Dat hoeft (niet altijd) sex of spiritualiteit te zijn. Het lichaam vraagt om te worden ervaren. De geest wil belichaamd zijn. Het kind ervaart de eigen volmaaktheid steeds. Daar kan niets bij. Er hoeft niets af. Samen zijn wij vrij. Ik respecteer. Dat is een werkwoord. Soms is werken niet zo gemakkelijk.