Zoals je hebt kunnen merken, wil ik nog wel eens een kleine, of grotere kanttekening plaatsen bij sommige verschijnselen van alledag. Oppervlakkigheid kent geen tijd, als je begrijpt wat ik bedoel. Het ontstaan van statistiek, is vrij zeker te danken aan enkele studenten die zich wat verveelden. Dit na een periode van flink stappen en veel zuipen. En als kinderen zich vervelen, dan komt daar meestal weinig goeds van. Dat is algemeen bekend.

Zo worden er regelmatig bomen opgezet. Toen de betreffende studenten eenmaal tot (hoog)geleerd waren benoemd, zoals bekend kunnen allerlei diploma ‘s moeiteloos worden bekomen wanneer men de weg kent, althans de goede ouders en/of vrienden heeft, was het hek van de dam. Wat als grap begon en eigenlijk heel onwerkelijk is, is nu een algemeen gerespecteerde aanpak in het onderwijs en het georganiseerde bedrijfsleven.

Een groot deel van wat zonder enig zelfstandig nadenken door geleerde mensen wordt aangereikt en door minder geleerde mensen kritiekloos opgevolgd, is gebaseerd op een aanname. De aanname dat er zoiets als een gemiddelde bestaat. Dat nu juist dat gemiddelde in de dagelijkse werkelijkheid helemaal niet bestaat, roept de wel zelfstandig denkende mens op om door de opgezette bomen het bos weer te zien.