De werking van therapie, dit geldt voor welke therapie dan ook, valt te verklaren met de volgende metafoor. De therapie werkt door de korst die is gevormd. Zo kan je de aardkorst vergelijken met het eelt op de menselijke ziel. Voor de energetisch en wat betreft bewustzijn iets meer bewust ontwikkelde mens, geldt dat alles materie is. De aardkorst bestaat uit materie, net zoals dat geldt voor de kern. Dit geldt ook voor het eelt en alles wat daar onder is te vinden.

Ook gedachten en emoties maken deel uit van de materiële werkelijkheid. Heel eenvoudig, omdat deze te ervaren zijn. Dat wordt met een gewoon woord ook wel voelen genoemd. Het feit dat de meeste instrumenten niet zijn ontwikkeld om de effecten van gedachten en emoties te meten, zegt alleen maar iets over de beschikbare instrumenten zelf. Sommigen noemen deze instrumenten daarom prutswerk.

De natuurwetenschappen bevestigen de werkelijkheid. De werkelijkheid van de volkomen verbinding met en tussen de schijnbaar afzonderlijke delen. De afzonderlijke delen ontstaan schijnbaar door de geestelijke luiheid alles als afzonderlijk te benoemen. Werkelijkheid kost meer inspanning. De natuurwetenschap heeft een mooi woord: entropie. Het is een schijnbare instorting, waarna kernfusie kan plaatsvinden. Kernfusie? Inderdaad, kernfusie in de mens zelf. Tot de wetenschappelijke kennis van meditatie in alles is doorgedrongen, is er therapie. Met en na de therapie kan nieuw leven ontstaan. Helaas meestal slechts tijdelijk. Ten minste als alle inspanning er vervolgens op gericht blijft om dat wat steeds verandert en in beweging wil zijn, opnieuw vast te zetten in schijntoestanden van zekerheid. Dweilen met de kraan open. Een merkwaardige gewoonte.