Ik heb lang gedacht dat dikke mensen aardig zijn. Tot een psycholoog mij het tegenovergestelde uitlegde. Dikke mensen zijn niet aardig. Waarom zou je trouwens aardig zijn? Helemaal niet nodig. Onaardig zijn heeft meestal ook weinig nut. Gewoon zijn, dat blijkt in de praktijk van het leven veel verstandiger.

Laat de mensen die dikke mensen aardig vinden maar gewoon kletsen. En degenen die het tegenovergestelde beweren ook. Dat veel ingehouden frustratie en andere emoties worden weggevreten, is helder. Je hoeft daar niet noodzakelijk meteen dik van te worden. Het spijsverteringssysteem wordt gesloopt door alles wat niet goed is. Dat kunnen vervuild en gemanipuleerd drinken of eten zijn. Te veel of te weinig, zelfs van het goede, geeft vroeger of later hetzelfde resultaat.

Tot op orgaan-niveau. Zelfs in de cellen en het DNA. Er bestaat een collectief bijgeloof dat het andersom zou zijn. Het bijgeloof dat het andersom zou zijn. Dat wordt wetenschappelijk genoemd? In geval van ziekte geldt nog altijd de uitspraak:”de ziel lijdt, het lichaam schreeuwt het uit”. Volkswijsheid blijkt een stuk realistischer te zijn dan wat de meeste van mijn onderwijzers, waaronder gerespecteerde hoogleraren, hebben verteld. In het derde millennium wordt nog altijd totale nonsens gedoceerd. Nota bene juist ook aan universiteiten. Sommige, prachtige sprookjesvertellers, zijn zo mager als een lat.