De mens is gesloten. In elk geval bijna nooit helemaal open. Angst. Angst voor liefde. Angst voor de grootst mogelijke kracht. Angst voor welbevinden. Angst dat eventueel geluk slechts tijdelijk is. Inderdaad. Daar waar de gemiddelde mens zijn/haar aandacht op richt, is altijd tijdelijk. Jammer.

Waarom richt jij jou aandacht niet op dat wat eeuwig is? Daar is eigenlijk geen enkele, nuttige reden voor te verzinnen. Openen. Stel je voor dat in het midden van je zogenaamd feitelijke, biologische lichaam, iets heel bijzonders aanwezig is. Heel bijzonder gewoon. De astrale ruggegraat. Wel een aardige benaming vind ik zelf. Met allemaal deuren. Zowel aan de voorkant, als naar achteren.

Zet alle deuren in gedachten even helemaal open. Zodat er een frisse wind door al die gesloten huizen kan waaien. Laat de energie die in het midden tussen al die voor- en achterdeuren is, met gedachtekracht flink draaien. Rechtsom. Linksom. Doe maar gewoon. De kracht van de gedachte kan een geweldige helper worden. Open, vrolijk en uitbundig zijn. Directe communicatie van binnenuit. Met alles. Alle informatie die voor jou, in dit moment belangrijk is, kan spontaan in het bewustzijn komen. Verder denken en discussie is volstrekte flauwekul. Openen. Inzicht, oefening en overgave. Meer is het werkelijk niet.